Detail van een houten doos waarp 'fragile' staat.

Vlaamse IBL-ondersteuning vanaf 2018

In het kader van de overheveling van de persoonsgebonden bevoegdheden van de provinciebesturen, zal Cultuurconnect vanaf 1 januari 2018 de ondersteuning van...

Coder event voor meisjes waarop meisjes bezig zijn met het bouwen van robots

Dossier | Lokale besturen en de digitale transformatie

De digitale transformatie is veel meer dan een technologische vernieuwing, ze is onze samenleving grondig aan het veranderen.

Gwendolien Sabbe van Cultuurcentrum De Spil met VR bril

Digitale kunsten dagen het cultuurcentrum uit

Interview met Gwendolien Sabbe, programmator humor, circus en digitale kunsten (CC De Spil)

Microscoop waar iets groens onder ligt.

Ruimte voor innovatie en experiment

Voor overheden op alle niveaus is het belangrijk om experts, bedrijven, organisaties, individuele burgers aan te zetten tot experiment om samen de duurzame...

Alleleden van het expertenteam EBS in een productdemonstratie.

Kom jij het expertenteam voor het eengemaakt bibliotheeksysteem versterken?

Tijdens de gunningsfase van het eengemaakt bibliotheeksysteem werd het projectteam geflankeerd door experten, een 30-tal bibliotheekmedewerkers die feedback...

Digitale kunsten dagen het cultuurcentrum uit

  • 9 februari 2018

Interview met Gwendolien Sabbe, programmator humor, circus en digitale kunsten (CC De Spil)

‘Het is onze taak als cultuurhuis om wat er in de kunsten gebeurt naar de stad te brengen en te delen met een breed publiek. Daarom kunnen we de digitale kunsten niet links laten liggen. Maar het is een kunstvorm die je wel uit je comfortzone haalt en je verplicht anders te werken en te denken.’ Gwendolien Sabbe wordt voor cultuurcentrum De Spil in Roeselare sinds een jaar ondergedompeld in het enorme bad van de digitale kunsten.

Gwendolien Sabbe is programmator humor, circus en digitale kunsten van De Spil. Ze plaatst meteen een kanttekening bij haar functiebenaming. ‘Voor circus en humor ben ik inderdaad de programmator, voor digitale kunsten noem ik mezelf een insijpelaar. Ik ga overal scouten en dingen bekijken, leer kunstenaars en makers kennen en kom met al die informatie terug naar mijn collega-programmatoren in het CC. Dan triëren we. Waar kunnen we iets mee doen? Wat is interessant en moeten we in de gaten houden, hoewel we nog niet goed weten wat we er eventueel kunnen mee aanvangen? Wat doen we niet als cultuurhuis? Dit is echt pionierswerk. Als programmator circus loop ik op festivals rond met mijn mandje en leg er de parels in die ik naar Roeselare wil brengen. Op een festival voor digitale kunsten neem je ook wel enkele dingen mee, maar het gaat toch veel meer over in aanraking komen met een andere taal, een andere manier van werken en denken. Ik heb er nog niet evenveel op.’

Een nieuwe functie: insijpelaar Digitale Kunsten  

Wat is dat, digitale kunst?

‘Ik ben er nu iets meer dan een jaar mee bezig en ik ben nog altijd op zoek naar een goede omschrijving. Op dit moment is het voor mij een kunstvorm of een manier van kunst maken waarbij de maker put uit de digitale wereld of digitale tools gebruikt. Het is echt zeer breed. Een cultuurcentrum denkt gewoonlijk in vakjes: theater, dans, circus, humor, muziek. Digitale kunsten lopen dwars door die vakjes heen. Dat is boeiend, maar het haalt je ook uit je comfortzone. Het dwingt je anders te kijken. Samen met Cultuurconnect  was ik op Ars Electronica in het Oostenrijkse Linz, wereldwijd het belangrijkste festival voor nieuwe media en digitale kunst. Vaak ging het daar over een samenwerking tussen kunstenaars en wetenschappers, tussen kunstenaars en echte techies. Alles loopt door elkaar.’

Waarom heeft De Spil een insijpelaar digitale kunsten?

‘Het heeft te maken met een soort van frustratie, een unheimlich gevoel dat al enkele jaren sluimert bij de programmatoren en bij de directie: er gebeurt van alles en we zijn niet mee. Terwijl het onze taak als cultuurhuis is om wat er in de kunsten gebeurt naar de stad te brengen en te delen met een breed publiek. We stonden voor de keuze. Ofwel bleven we in een hoekje constant “ja, maar” zeggen en dan bestond de kans dat we een stuk meubilair zouden worden dat iedereen wel charmant vindt maar waar niemand nog over de vloer komt. Ofwel waagden we de sprong om met kleine stapjes en al doende te leren, ook al zijn we er een beetje bang voor en snappen we het niet altijd. Met de directeur en het team van programmatoren hebben we voluit voor het tweede gekozen. We willen een dynamisch cultuurhuis zijn.’

Een digitale rode draad doorheen de programmatie

In het programmaboekje 2017-2018 van het CC staat nog geen rubriek digitale kunsten.

‘Neen, we willen er niet nog een programmeringszuil bij. Het is onze hoop dat digitale kunsten een rode draad worden doorheen alles wat we al doen. In ons La Folia-festival over het thema mensen met psychische problemen hebben we Gameroom van Lisa Janssens gehad, vier indiegames die zich richten op psychische problemen en de beleving ervan. In één van die games ervaart de speler wat het is weg te glijden in een depressie. In onze scholenwerking hebben we een geslaagd experiment opgezet waarbij leerlingen in aanloop naar de schoolvoorstelling Meisjes van krijt via Skype konden spreken met de acteurs van de Kopergietery. Ze vonden het beiden zeer boeiend en plezant. Dat doet ons nadenken over alternatieven voor de klassieke lesmap die we aan leerkrachten bezorgen om samen met de leerlingen de voorstelling voor te bereiden. Voor theatervoorstellingen voor volwassenen is er vaak een traditionele voorbespreking. Kunnen we daar niets doen met inleidingen in podcast-vorm? Twee collega’s die met communicatie bezig zijn, gaan nu in op het aanbod van Cultuurconnect over digital storytelling: hoe gebruik je digitale tools om iets te vertellen of te delen met het publiek? Een andere piste die we onderzoeken is het livestreamen van voorstellingen in het woonzorgcentrum. We willen het digitale dus zeker niet voorbehouden voor kinderen en jongeren. Ik merk bij ons vaste publiek, de abonnees die vaak vijftigers en zestigers zijn een zeer grote nieuwsgierigheid. Ik heb dat gezien op het Impact Festival in Hasselt waar in een circusvoorstelling een meisje over een koord liep terwijl een digitale kunstenaar in de ruimte koorden had bij getekend. Het ietwat oudere publiek keek gebiologeerd naar die fantastische performance. Ik ben er zeker van dat ons abonneepubliek in het voorjaar van 2018 ook op de afspraak zal zijn op onze grote video-expo Time can tell. Alex Verhaest, een kunstenares pur sang die van Roeselare afkomstig is en die twee jaar geleden de Golden Nica-prijs won in Linz, zal er een interactieve video-installatie voorstellen. Het publiek kan met een gameconsole en via ja/neen-vragen aan het kunstwerk deelnemen.’

Een nieuwe rol voor het cultuurcentrum

Livestreaming, festivals, wil dat zeggen dat een cultuurcentrum steeds vaker loskomt van zijn gebouw?

‘Zeker. De werking van een cultuurcentrum en de rol van een programmator hebben de voorbije jaren een grondige verandering ondergaan. Vroeger kwamen boekingskantoren langs en uit hun aanbod stelde je een programma samen. Nu zijn we meer en meer bezig met projecten zoals ons internationaal circus- en straattheaterfestival de groote stooringe of het Plein Publique-festival volgend jaar in juni. Een programmator is veel meer een projectcoördinator geworden en werkt veel meer samen met externe partners. We moeten niet alles zelf willen doen. Zo hebben we voor de digitale kunsten nog niet alle expertise in huis. We werken bijvoorbeeld samen met Nerdlab uit Gent. Zij helpen ons bij het uitbouwen van PLAY-namiddagen voor jongeren van tien tot veertien jaar. Zo een namiddag is een combinatie van het spelen van Minecraft en digitale do-workshops. Hij gaat op geregelde tijdstippen door in het cultuurcentrum. Vanaf januari 2018 zullen we daar ook een crazy robotclub aan vasthangen waarin een twaalftal jongeren onder begeleiding van Nerdlab in enkele weken tijd een robot zullen bouwen. Ze zullen die zelf moeten verzinnen.’

Wat is de rol van het CC in zo een project, behalve het ter beschikking stellen van infrastructuur?

‘Aanvankelijk dachten we dat onze rol inderdaad beperkt zou zijn tot de infrastructuur en het binnenhalen van de expertise van Nerdlab, maar het is ons duidelijk geworden dat onze ICT-medewerker en onze mensen die bezig zijn met kunsteducatie er toch zeer nauw bij betrokken moeten worden. Die jongeren willen ook uitwisselen en communiceren naast de fysieke bijeenkomsten. Als we willen dat dit project leeft, zullen we hun dus een digitaal platform moeten bieden. Daaraan werken we nu.’

PLAY lijkt een niet voor de hand liggend project voor een cultuurcentrum. Welke zijn de criteria waaraan ideeën, voorstellen en digitale kunstvormen moeten voldoen?

‘Het is duidelijk dat een cultuurcentrum geen vormingscentrum of hobbyclub is. We hanteren enkele sleutelbegrippen waaraan we elk project of elke voorstelling toetsen: creativiteit, verbeelding, het samen creëren, het uitwisselen. De PLAY-namiddagen en de robotclub komen daar duidelijk aan tegemoet. Coderdojo, een organisatie waar we contact mee hebben, wil kinderen op een speelse manier leren programmeren. Zij zijn meer bezig met de technische kant van de zaak. Bij PLAY zit dat technische er ook in, maar het gaat vooral over inspireren en creëren. En dat past volledig in de visie van het CC.’

Een zoektocht naar nieuwe samenwerkingsvormen

Is er voor digitale kunsten een samenwerking met andere spelers in de stad?

‘Op dit ogenblik staat die nog in de kinderschoenen. Met het kenniscentrum ARhus moeten we dringend overleggen over hoe we de digitale kunsten naar onze stad brengen en wie welke rol kan spelen. Daarnaast is de stad bezig met het opzetten van een makerslab in het oude postgebouw, ook die banden moeten we aanhalen. Je kan wel naar al die hightech festivals in het buitenland gaan, maar we moeten in de eerste plaats op zoek gaan naar de creatieve makers en de digitale kunstenaars in onze eigen stad. We moeten hen helpen om de vertaalslag te maken naar het brede publiek. Op die manier kijken we ook naar een mogelijke samenwerking met de wetenschappelijke en de bedrijfswereld. We hebben daarvoor de Gluon Foundation uit Brussel in de arm genomen, die op dit vlak heel veel expertise heeft. We denken na over een onderzoeksproject waarin we kunstenaars, bedrijven en onderzoeksinstellingen uit Roeselare en omgeving onder begeleiding van Gluon kunnen samenbrengen. De bedoeling zou zijn om in 2020 tot een kunstwerk te komen dat we aan het brede publiek voorstellen en dat ook zou kunnen toeren. Ik weet niet of het zal lukken, maar dit soort projecten daagt ons ontzettend uit. We hebben dit nog nooit gedaan. Het gaat over het netwerken, over het vormen van een pool en een community. Kay Voges, de artistiek directeur van Shauspiel Dortmund, is al jaren bezig met digitale podiumkunsten en verwoordde het zo: “Het tijdperk van het genie, de ene persoon die de bakens uitzet is voorbij. Als ik de slimste mens ben in een kamer, dan zit ik in de verkeerde kamer. De rol van een directeur van een theater is mensen die slimmer zijn samenbrengen en ervoor zorgen dat ze op de juiste plaats zitten zodat alles mooi samenkomt”. Ik ben het daar helemaal mee eens. Ik ben niet het genie dat de alomvattende waarheid in pacht heeft over alles wat met digitale kunsten te maken heeft. Ik denk dat het team van cultuurhuizen op termijn anders zal zijn samengesteld, ook techies zullen er deel van uitmaken. Er zal veel meer samenwerking komen met externe partners en freelancers. Cultuurhuizen onderling zullen ook veel meer moeten overleggen en samenwerken.’

Hoe kijkt u naar het voorbije jaar van insijpelen van de digitale kunsten?

‘Het blijft zoeken en verkennen. Op Ars Electronica in Linz was ik echt overweldigd, dat was zo hightech. Het ging soms vooral over de technische snufjes, ik vond er de kunstenaar niet altijd in terug. Ik heb me afgevraagd wat ik daar deed als programmator van een cultuurcentrum. Ik heb geleerd om altijd terug te vallen op dezelfde vragen. Wat is onze rol? Wat past daarin en wat niet? Het is ook goed dat Cultuurconnect een netwerk van collega’s heeft opgezet. Er is zoveel en het gaat zo snel.  Overleggen is absoluut nodig als je niet wil verdrinken in het aanbod.’