De bib moet niet alles zelf doen, samenwerking is het sleutelwoord

beleid
13
19/04/18
Deel dit artikel:
Portretfoto van Christine Descamps.

Interview met Christine Descamps en Joken Deknopper (bibliotheek Beersel)

‘We organiseren heel wat cursussen, opleidingen, informatiesessies, workshops over de digitalisering. Eerst was het dichten van de digitale kloof onze belangrijkste focus en lag de klemtoon op pc-vaardigheden voor beginners. Intussen zijn informatiegeletterdheid en mediawijsheid, en het kritisch en creatief omgaan met het digitale de essentie geworden.’ Christine Descamps en Joken Deknopper verhelderen hoezeer de digitale (r)evolutie de bibliotheek heeft veranderd.

Christine Descamps is sinds 1995 bibliothecaris in Beersel. De bibliotheek is in die periode enorm veranderd, de digitale transformatie heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. ‘Toen ik begon werkten we nog met steekkaarten. We hadden geen computer, ook op het gemeentehuis was er nog geen. In onze nieuwe bibliotheek hadden we in 1997 één pc met internetaansluiting. Vanuit het gemeentehuis en de middelbare school Sint-Victor kwamen ze naar hier om te kijken hoe dat werkte.’

Joken Deknopper is assistent-dienstleider in de Beerselse bibliotheek. ‘Ik ben in 2009 aangeworven. Mijn taak was de algemene communicatie en de uitbouw van de website. Intussen maakt het digitale het grootste deel van mijn takenpakket uit. Naast communicatie ben ik ook bezig met mediawijsheid en informatiegeletterdheid.’

De bib als digitale koploper

De bibliotheek was indertijd een voorloper op digitaal vlak. Is dat nog altijd het geval?

Christine Descamps: ‘We zijn nog veelal de trekker. In de schoot van de gemeente heeft een projectgroep onder leiding van de bibliotheek zich onlangs gebogen over het gebruik van sociale media in de vrijetijdsdiensten. We hebben een visie en strategie uitgewerkt over hoe we sociale media kunnen inzetten. Er zijn ook afspraken in opgenomen over hoe onze medewerkers er tijdens de werkuren mee kunnen omgaan. Ik stel de tekst volgende week voor op het college van burgemeester en schepenen. Als hij groen licht krijgt, kan hij ook naar andere gemeentediensten worden uitgebreid.’

Joken Deknopper: ‘De gemeente en het OCMW staan nog niet heel ver op het vlak van digitalisering. Er is bijvoorbeeld nog geen e-loket. Daar wordt nu aan gewerkt. Wij lopen voorop met “Mijn bibliotheek” dat in heel Vlaanderen is uitgerold en waarmee mensen van thuis uit hun bibliotheekzaken kunnen regelen.’

Drie pijlers: collectie, personeel en plek

Christine Descamps: ‘De bibliotheek steunt op drie pijlers: de collectie, het personeel en de infrastructuur. In alle drie speelt de digitalisering een grote rol.’

Collectie

Kan u die drie sporen even wat verduidelijken? Hoe is de collectie geëvolueerd?

Christine Descamps: ‘Bij de herinrichting van de bibliotheek enkele jaren geleden hebben we in de collectie geknipt. Ze is nu ongeveer een kwart minder groot dan vroeger. We zijn geen bewaarbibliotheek, we hoeven niet alles te hebben. Voor boeken is er een samenwerking met de andere bibs in de regio Pajottenland-Zennevallei.’

Joken Deknopper: ‘Voor tijdschriften en kranten hebben we een digitaal abonnement bij Gopress. Ook die hoeven we niet allemaal op papier te hebben. Mensen kunnen ze zelfs van thuis lezen.’

Christine Descamps: ‘Cd’s en films zijn een collectieonderdeel dat op termijn zal verdwijnen, jongeren lenen die niet meer uit. Het budget ervoor is al verminderd, maar voorlopig is er nog geen alternatief. Dit is een verhaal dat de individuele bibliotheek overstijgt.’

Joken Deknopper: ‘Tegelijkertijd zijn er producten bij gekomen. Neem de games. Dat is geen makkelijk item, je moet zeer kort op de bal spelen. De consoles evolueren razendsnel, we zijn in onze gamehoek al aan de derde toe.’

Personeel

De tweede pijler is het personeel. In welke mate is het digitale daar sturend?

Christine Descamps: ‘We hebben vijftien medewerkers, goed voor tien VTE’s, met zeer uiteenlopende profielen. De opleiding bij aanwerving is veel minder belangrijk dan vroeger, het gaat vooral over de interne, vakgerichte opleiding. Dat is een hele aanpassing voor een sector die altijd zeer sterk gereglementeerd is geweest. Flexibel zijn en loslaten, dat vraagt een andere instelling.’

Joken Deknopper: ‘Een project dat vandaag perfect loopt, kan volgend jaar hopeloos achterhaald zijn door de technologische evolutie.’

Wat kan de interne opleiding inhouden?

Joken Deknopper: ‘Enkele collega’s hebben de opleiding mediacoach gevolgd. Omdat ze gericht is op bibliotheken, cultuurcentra en scholen leren de drie daar elkaars sterktes en behoeften kennen, waardoor ze meer over samenwerking nadenken. De opleiding laat de deelnemers ook kennismaken met enkele tools, ze maken bijvoorbeeld zelf een game. Een ander belangrijk element is het besef dat de bibliotheek meer naar buiten moet treden. De opleiding reikt daarvoor enkele instrumenten aan: het gebruik maken van sociale media, het posten van filmpjes.’

Christine Descamps: ‘De bibliotheeksector is nog te onzichtbaar. Een theatervoorstelling waar 600 mensen op afkomen, dat is zichtbaar. Wij programmeren eigenlijk 365 dagen per jaar, maar tonen dat veel te weinig. Veel mensen, ook lokale politici hebben geen correct beeld van wat een hedendaagse bib is, ze denken nog altijd in termen van de boekerij.’   

Infrastructuur   

Wat is het belang van de derde poot, de infrastructuur?

Christine Descamps: ‘De infrastructuur is cruciaal. De bibliotheek is een plek waar ook niet-boekenlezers terechtkunnen voor een cursus, een lezing, om te gamen of de krant te lezen. Het is voor velen een plek van rust. Kijk naar de studenten die hier samen blokken.’

Joken Deknopper: ‘Zullen er over twintig jaar nog boeken zijn? Ik denk persoonlijk van wel, hoewel er veel gedigitaliseerd zal worden en mensen veel meer van thuis zullen kunnen doen, maar de bibliotheek als ontmoetingsplek zal er over twintig jaar zeker nog zijn.’  

Christine Descamps: ‘We hebben het geluk dat het gemeentebestuur cultuurminded is, we krijgen kansen om de bibliotheek uit te bouwen. Onze pc’s zijn up-to-date, ons wifi-netwerk is prima, we beschikken over een smartboard, we werken al met zelfscan door de klanten sinds 2011, volgend jaar komt er een nieuwe bibliobus met RFID.’

Een ruim digitaal aanbod

Het aanbod van de hedendaagse bibliotheek is veel groter dan de collectie. Wat houdt het bijkomende aanbod op het vlak van digitalisering in?

Joken Deknopper: ‘We organiseren daarover heel wat cursussen, opleidingen, informatiesessies, workshops. Eerst was het dichten van de digitale kloof onze belangrijkste focus en lag de klemtoon op pc-vaardigheden voor beginners. Dat was zeer basic: het ging bijvoorbeeld over hoe een e-mail versturen.  Intussen zijn informatiegeletterdheid en mediawijsheid, en het kritisch en creatief omgaan met het digitale de essentie geworden. Met Lego WeDo bijvoorbeeld brengen we kinderen en jongeren de basisprincipes van programmeren bij. We leren iets aan en dan is het aan hen om er onder begeleiding creatief mee om te gaan, er iets aan toe te voegen. Hetzelfde met ons tabletcafé. Dat is geen les aan het smart board, maar een interactief gebeuren waarbij vertrokken wordt van vragen van de deelnemers en vervolgens samen naar een antwoord wordt gezocht. Het gaat ook over het van en aan elkaar leren van vaardigheden.’

Christine Descamps: ‘We hebben ook een mediawijsheidstraject lopen met Sint-Victor. De school is in haar lessen vooral gericht op de technische aspecten van informatica, mediawijsheid komt niet echt aan bod. Daarom hebben we samen een volledig programma uitgewerkt met infosessies, praktische cursussen, opleidingen over het gebruik van de digitale bibliotheekcollecties enzovoort. Het loopt doorheen de volledige schoolcarrière en is ingeschreven in het leerpakket van de school. We financieren het ook samen.’

Samenwerking als sleutelwoord

Geeft de bib die opleidingen zelf?

Christine Descamps: ‘Neen. We stellen onze infrastructuur ter beschikking en we zetten ons netwerk in. Dat is onze kracht. Voor het mediawijsheidstraject organiseert de school enkele lezingen in samenwerking met het JAC. Daarnaast hebben wij informatie en contacten die een school niet heeft, waardoor we verschillende lokale en bovenlokale experts kunnen aanspreken. Een student industrieel ingenieur bijvoorbeeld verzorgde infosessies over 3D-printing. Een medewerker van de Europese Commissie kwam over cybercriminaliteit spreken.’

Joken Deknopper: ‘Op de mediawijsheidsdag hebben we bijvoorbeeld een digitale quiz over fake news georganiseerd. Afgaand op de reacties van leerlingen en leerkrachten was de behoefte daaraan groot.’  

Christine Descamps: ‘Ook voor de lezingen voor een breed publiek gaan we partnerschappen aan met verenigingen zoals het Davidsfonds. Sinds dit jaar werken we ook samen met het gemeenschapscentrum Boesdaalhoeve in Sint-Genesius-Rode. Zij nemen ons programma op in hun brochure, en omgekeerd. We zijn geen concurrenten van elkaar.’

Hoe is de samenwerking met het CC?

Christine Descamps: ‘We hebben lang geleden afspraken gemaakt over de taakverdeling. Het cultuurcentrum organiseert bijvoorbeeld geen lezingen. Ieder heeft zijn rol.’

Joken Deknopper: ‘Maar we werken wel nauw samen. Op de mediawijsheidsdag was er in het CC een voorstelling die wij hadden gekozen. Ook scholen van andere gemeenten konden ze bijwonen.’

U haalde al de bovenlokale, intergemeentelijke samenwerking aan. Hoe is die in de regio georganiseerd?

Christine Descamps: ‘De regio Pajottenland-Zennevallei is ooit door de provincie zo omschreven in het kader van het streekgericht bibliotheekbeleid. Het is geen voor de hand liggende afbakening. De regio telt enkele grote bibliotheken en vele kleintjes. De anderstaligheid is groot. En er zijn de faciliteitengemeenten. Toch is er een basis van goede samenwerking. Het grootste deel van de vijftien gemeenten is aangesloten op het provinciale bibliotheeksysteem. Burgers kunnen met één pasje in twaalf, dertien bibliotheken terecht. De bibliothecarissen zijn voorstanders van een verdieping van de bovenlokale samenwerking om bijvoorbeeld samen aankopen te realiseren. Het grote probleem is het ontbreken van een formele structuur, met een verschuiving van middelen van het lokale naar het bovenlokale niveau. Dat is nog niet het geval, waardoor het voorlopig bij projectmatig samenwerken blijft.’

Hoe kijkt u naar het Vlaamse bibliotheekbeleid?

Christine Descamps: ‘Vlaanderen heeft lang geleden gezorgd voor de uitrol van een bibliotheeknetwerk over het hele grondgebied. Nu laat het alles over aan de gemeentebesturen en dat is geen positieve evolutie. Het opent de deur voor de vraag of de bibliotheek nog wel een kerntaak is van de gemeente. Ik weet niet of die vraag in de toekomst overal positief zal worden beantwoord.’

 

Met veel dank aan Bart Van Moerkerke

Auteur

Maike Somers

Projectmanager